Zorg is meer dan je denkt
Toon is 26 jaar en werkt sinds februari 2025 op locatie De Dijk. Daar is hij begeleider in opleiding en werkt hij met cliënten met een licht verstandelijke beperking en gedragsproblematiek. Zijn werk draait om begeleiding in het dagelijks leven: bewoners ondersteunen, samen activiteiten doen en zorgen dat zij een fijne dag hebben. Over werken in de zorg bestaan volgens hem nog veel misverstanden. Bijvoorbeeld dat mensen vaak meteen denken aan billen vegen, maar dat is niet wat hij doet.
Als begeleider is hij vooral bezig met het dagelijks leven van de bewoners. Van het bieden van structuur tot het regelen van praktische dingen rondom het wonen. Soms kookt hij met cliënten of helpt hij hen bij hun avondprogramma. Toon houdt van afwisseling en contact met mensen. Dat maakt het werk voor hem zo passend. Geen dag verloopt hetzelfde en iedere cliënt brengt weer iets anders mee.
Van horeca naar de zorg
Ik werk vier dagen per week op de groep en ga één dag naar school. Daar volg ik een hbo-opleiding die speciaal is aangepast op de gehandicaptenzorg. In de opleiding heb ik vakken over bijvoorbeeld ontwikkelingsleeftijden en psychologie, en dat kan ik meteen in de praktijk toepassen. Daarnaast heb ik op mijn werk een werkbegeleider die me helpt om het vak te leren.
Mijn route naar de zorg was niet vanzelfsprekend. Ik heb eerst psychologie gestudeerd en daarna allerlei verschillende banen gehad. Onder andere in de horeca, als barman, en ik heb ook modellenwerk gedaan. Dat waren leuke banen, maar het gevoel dat ik hier krijg is anders. In dit werk merk je dat mensen tegen dingen aanlopen die voor anderen vanzelfsprekend zijn. Als je iemand daarin kan helpen, geeft dat veel voldoening.
“Hier doe je werk dat er echt toe doet. Dat gevoel had ik in mijn vorige banen nooit op deze manier.”
Het werk is ook nooit eentonig. Ik kan er niet goed tegen als elke dag hetzelfde is, maar dat komt hier eigenlijk niet voor. Je weet nooit precies wat er gaat gebeuren. Op een gegeven moment merkte ik dat ik iets wilde doen dat meer betekenis had. Via mijn omgeving hoorde ik verhalen over werken in de zorg en dat maakte me nieuwsgierig. Uiteindelijk besloot ik gewoon een keer mee te lopen. Ik ging er zonder verwachtingen of vooroordelen in, gewoon om te kijken hoe het was. Achteraf gezien was dat een van de beste keuzes die ik heb gemaakt. Wat mij aanspreekt, is dat je echt iets kan betekenen voor iemand anders.
Vertrouwen opbouwen kost tijd
In het begin vond ik het vooral spannend dat ik nog geen ervaring had met deze doelgroep. Het moeilijkste was om een band op te bouwen met de bewoners. Voor mij is dit werk, maar voor hen komen en gaan er veel begeleiders. Daardoor zijn cliënten soms voorzichtig met het opbouwen van vertrouwen. Dat maakt het begeleiden van iemand die je nog niet kent best uitdagend. Ik ben zelf een vrij outgoing persoon, maar je merkt dat je iemand echt moet leren kennen. En dat proces blijft eigenlijk altijd doorgaan.
“Ons team is echt een vangnet voor elkaar. Daardoor kunnen we er ook beter zijn voor de cliënten.”
Een moment dat me is bijgebleven, was toen ik met een cliënt naar een wedstrijd van Ajax ging. We zaten samen in het stadion en dat was voor hem een heel bijzondere ervaring. Het zijn van die momenten die moeilijk uit te leggen zijn, maar die veel betekenen. Wat me opvalt in dit werk is hoe weinig vanzelfsprekend sommige dingen zijn. Dat heeft mijn kijk op gezondheid veranderd. Je beseft veel sterker hoe belangrijk het is en hoe snel je dat normaal gesproken voor lief neemt.
Een team dat elkaar opvangt
Het team waarin ik werk is vrij jong en bestaat uit mensen met verschillende achtergronden. Er zijn nieuwe instromers, jongere collega’s en ook collega’s met meer ervaring. Mensen komen en gaan, maar wat me opvalt is dat iedereen in de zorg eigenlijk hetzelfde doel heeft: goed zorgen voor de cliënten. Het team is voor mij een belangrijk vangnet. Als het werk soms moeizamer gaat of als je ergens tegenaan loopt, kan je altijd bij collega’s terecht. Dat maakt dat ik met plezier naar mijn werk ga en ook weer met een goed gevoel naar huis ga.
Binnen het team vullen de verschillende rollen elkaar aan. Iedereen kijkt vanuit een ander perspectief naar de cliënten en samen zorg je ervoor dat bewoners zo goed mogelijk worden begeleid. Het helpt ook dat we met elkaar dezelfde kant op willen. Die samenwerking is uiteindelijk ook belangrijk voor de cliënten. Als het team goed samenwerkt, merken bewoners dat meteen in de rust en structuur op de groep. Voor de toekomst wil ik me verder ontwikkelen binnen de zorg. Mijn opleiding duurt nog ongeveer anderhalf jaar. Daarna hoop ik door te groeien naar een rol als persoonlijk begeleider en uiteindelijk misschien door te eindigen als hoofd van het team.”